

NRC Handelsblad
09 March 2017, NH Donderda


Section: Binnenland; Blz. 4
 Maarten Huygen

Dat stelt de studentenorganisatie ISO.
NRC.checkt
Aanleiding
Dinsdag maakte het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) bekend dat alle studenten en oud-studenten gezamenlijk nog 17,9 miljard euro moeten betalen aan de overheid. 
De studentenorganisatie komt aan dat bedrag door een extrapolatie van de cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Die meldde dat eind 2016 de totale studieschuld tot 17,6 miljard is gestegen. In zijn zogenoemde studieschuldmeter () trekt het ISO die stijgende lijn door tot op de dag van vandaag. Zo kwam de organisatie tot het bedrag van 17,9 miljard. 
Waar is het op gebaseerd?
De afgelopen vier jaar vertoont de nationale studieschuld een stijgende lijn. Tussen 2012 en 2016 ging die met 46 procent omhoog, van 12 miljard tot 17,6 miljard euro, terwijl het aantal studenten in die jaren slechts 6 procent toenam, van 660.000 naar 700.000. Daar zitten ook veel buitenlandse studenten tussen. Ze doen wel de studentenaantallen stijgen, maar krijgen geen Nederlandse lening. Meer schuld per Nederlandse student dus. 
En klopt het?
De stijging wordt wel verbonden met de afschaffing van de basisbeurs per 2015. Misschien dat studenten daardoor meer tempo moesten maken en minder tijd hadden voor een bijbaantje. Een volledige verklaring is dit echter niet; de schuld nam eerder ook al toe. In het jaar na de afschaffing van de basisbeurs (2015-2016) steeg het schuldbedrag met 12 procent, tegenover een stijging van 10 procent één jaar eerder. 
Er zijn diverse factoren die een rol spelen bij de berekening van de totale studieschuld. Lang niet iedereen hoeft de schuld al af te lossen. Eind 2015 moest 9,4 miljard euro worden afgelost door 676.000 debiteuren. Dat is een bedrag van bijna 14.000 euro per debiteur, in de regel een oud-student. Op bijna de helft van de nationale studieschuld hoeft nu dus nog niet te worden afgelost. Voor een deel is dat de schuld van mensen die nog studeren. Op sommige studieleningen hoeft zelfs nooit te worden afgelost, bij gebrek aan inkomen van de debiteur. 
Volgens woordvoerder Thea Jonkman van DUO is er nog veel onzeker over de ontwikkeling van de schuld. Wie niet op tijd afstudeert, moet de basisbeurs terugbetalen. De prestatiebeurs wordt dan een lening. De cijfers zijn onderling ook niet vergelijkbaar omdat het studiefinancieringsstelsel in de afgelopen tientallen jaren zo vaak is veranderd. Je had de basisbeurs, de tempobeurs, de prestatiebeurs en nu is er het nieuwe leenstelsel. In april, bij de studentenmonitor, worden de cijfers duidelijker. 
Conclusie
Het bedrag van 17,9 miljard euro is een extrapolatie van overheidscijfers over de ontwikkeling van de nationale studieschuld. Met een gemiddelde stijging van 10 procent is die berekening voorzichtig. Daar staat tegenover dat nog veel onduidelijk is over de studieschulden. Zeker is de 17,6 miljard van eind 2016. Het verschil met 17,9 miljard, tweeënhalve maand later, is niet erg groot. Het oordeel luidt: grotendeels waar.
Maarten Huygen
  
 
 